Misschien moeten we vertrekken
we laden de auto met niets
meer dan twee lijven en reizen
en dat de nacht dan, uw nacht dan
zich als de verlaten wegen waarop
we rijden rond mijn bergen slingert,
verder en verder en verder tot
het koud wordt, en wij te ijl
en ademloos snakken en
verder en verder en verder
en dat de nacht dan, uw nacht dan
uitgestrekt en langgerekt vertunnelt
tot het licht en het hotel van
de volgende dag.