Ik wil nooit meer de zaal zijn
waarin uitzinnig publiek euforisch
waanzinnig juichend geklap,
waarin alle lichten aan en jij
een staande ovatie-
Laat mij niet die zaal zijn.
Hoe donker leeg ik telkens
achterblijf, wanneer jij
haastig nog je jas zoekt
het stoeltje dichtklapt
en vertrekt.